shadow

Parterretrap

Week 25

Twee weken geleden werd in deze rubriek de verdieping gezocht, nu nemen we de trap naar de parterre en blijven we met beide benen op de grond. Het kan zelfs wat platvloers worden. Een goede vertaler beheerst alle registers.

Parterretrap is een bijzonder woord. Het staat in Van Dale, maar niet als zelfstandig lemma. Het wordt genoemd als voorbeeld van een palindroom. Battus (pseudoniem van Hugo Brandt Corstius) schreef veel over palindromen, woorden die hetzelfde blijven als je ze achterstevoren leest. Hij bewees ook dat het mogelijk is om een oneindig lang palindroom te maken door voor het woord parterretrap ‘nep’ te zetten en erachter het woord ‘pen’ en dan dat procedé te herhalen, zodat je  woorden als ‘nepnepnepparterretrappenpenpen’ krijgt en hij legde uit wat zo’n woord dan betekende. Ook schreef hij over symmys, zinnen die hetzelfde blijven als je ze achterstevoren leest. Twee voorbeelden van symmys:

A man, a plan, a canal: Panama.

En een scène die zich in de Hof van Eden zou kunnen hebben afgespeeld:

“Madam, I’m Adam. “

 “Eve.”

Over naar het platvloerse. Toen schrijver dezes nog in Amsterdam studeerde, las hij in het universiteitsblad Folia een interview met oud-schaatser Ben van der Burg. Die gebruikte voor een negatief getoonzet krantenartikel het woord ‘kutstuk’. Erg vulgair, maar wel een prachtig palindroom. Voor het evenwicht volgt hier een ander vulgair palindroom, een woord dat gebezigd kan worden als een lid van een aan vertalers en ondertitelaars gerelateerde beroepsgroep zijn of haar werk niet goed verricht: Klotetolk!

Medipladi

Week 24

Een ezelsbruggetje is een manier om iets te onthouden. Op wat toen nog de lagere school heette, leerde ik het bovenstaande onzinwoord als ezelsbruggetje voor wat zelfstandige naamwoorden zijn. Mensen, dieren, planten en dingen. Ongeveer veertig jaar later zit dat rare woord nog steeds in mijn hoofd. Ook op de lagere school leerde ik door op mijn knokkels te kijken te zien welke maanden 31 dagen hadden en welke minder. Als havist leerde ik het ezelsbruggetje ‘knap’: Kathode negatief, anode positief.

Ik had verwacht dat het woord ‘ezelsbruggetje’ uit de twintigste eeuw zou stammen, maar de oorsprong is veel ouder. De vijfde meetkundige stelling van Euclides heet de pons asinorum, Latijn voor de ezelsbrug. Wanneer Euclides leefde, is niet precies bekend, maar waarschijnlijk was het rond 300 voor Christus.

Die Tiefe muß man verstecken. Wo? An der Oberfläche.

Week 23

Binnen een tijdsbestek van drie weken hoorde ik twee mensen hun verbazing uitspreken over het feit dat een verdieping een verdieping heet. Het is immers een woonlaag boven de begane grond. De naam ‘verhoging’ zou meer voor de hand liggen. Gelukkig geeft de onvolprezen site van Onze Taal uitsluitsel. De zolder zit vlak onder het dak en biedt daarom weinig ruimte. Op een gegeven moment werd de vloer van de zolder lager geplaatst, zodat de ruimte werd verdiept. Daar komt het woord ‘verdieping’ vandaan.

Het Duitse citaat is afkomstig uit Buch der Freunde van Hugo von Hofmannsthal. C. Buddingh’ gebruikte het aforisme als motto voor zijn dichtbundel ‘Deze kant boven’.

Vuile kanarie!

Week 22

De Canarische eilanden zijn niet naar kanaries vernoemd, kanaries zijn naar de Canarische eilanden vernoemd.  Het is nog altijd niet duidelijk waar de Canarische eilanden dan wel naar vernoemd zijn.  Waarschijnlijk naar de hond (Canis familiaris), maar waarom precies is niet duidelijk. Misschien omdat er op Gran Canaria veel grote honden liepen, misschien omdat de oorspronkelijke bewoners honden vereerden.

Bron:

https://en.wikipedia.org/wiki/Canary_Islands

Onlangs vroeg ik me af: Zou er een etymologisch verband bestaan tussen ‘kanis’ en ‘canis’? ‘Mond’ en ‘hond’ lijken best veel op elkaar.  Maar volgens Van Dale betekent ‘kanis’ ‘mand’ (afgeleid van het Latijnse ‘canistrum’, ontleend aan het Griekse ‘kanastron’).  ‘Mond’ en ‘mand’ lijken ook veel op elkaar.

‘Kanarie’ was in Indië een scheldwoord voor een inlands politiedienaar, volgens de Dikke Van Dale.

Wat jij wil

Week 21

Mijn vrouw zingt in een koor met de naam Quodlibet. De eerste keer dat ik die naam hoorde, dacht ik aan het spreekwoord ‘Quod licet Iovi non licet bovi’. Wat Jupiter is toegestaan, is het rund niet toegestaan.  Dat lijkt uit de klassieke literatuur te komen, maar de eerste vindplaats schijnt ‘Aus dem Leben eines Taugenichts’ te zijn, een in 1826 verschenen roman van Joseph Freiherr von Eichendorff. In ‘Heauton Timorumenos’, een toneelstuk van Publius Terentius Afer, komt wel een vergelijkbare uitdrukking voor: Aliis si licet, tibi non licet. Al mogen anderen het, daarom mag jij het nog niet.

Maar ‘quodlibet’, wat betekent dat nou eigenlijk? Volgens Wikipedia ‘wat je maar wil, naar believen’. Een quodlibet was in de middeleeuwen een oefening aan een universiteit waarbij een geleerde onvoorbereid willekeurige vragen moest beantwoorden. Tegenwoordig zou dat misschien een AMA-sessie heten, waarbij AMA staat voor ‘ask me anything’ en niet, zoals vroeger, voor ‘alleenstaande minderjarige asielzoeker’. In de muziek wordt het gebruikt als term voor een potpourri, een medley of een andere vorm van muzikale improvisatie. Het koor waar mijn vrouw in zingt, brengt van alles wat (klassiek en modern) en voor elk wat wils.

Octopaard

week 20

Een paard wordt soms ook een octopus genoemd. Voor zover mij bekend gebeurt dat alleen in de context van het schaken. In 1985 speelden Karpov en Kasparov een match van 24 partijen om het wereldkampioenschap. In de 16e partij plantte Kasparov een zwart paard neer op d3, diep in de vijandelijke stelling. Een paard kan, als het niet te dicht bij de rand staat, acht velden bestrijken. Dit zwarte paard sloeg als het ware acht tentakels dreigend uit en werd daarom een octopus genoemd. Logisch, maar toch een beetje raar. Er bestaat in de mythologie al gewoon een achtbenig, ijzersterk en snel paard, een kind van Loki en Svadilfari. Misschien zou die octopus van Kasparov beter een Sleipnir kunnen heten.

Je hebt heel wat aangericht!

week 19

Het woord ‘aanrecht’ is afgeleid van het woord ‘aanrechten’, een vormvariant van ‘aanrichten’. ‘Aanrechten’ kon ‘opdienen, eten klaarmaken’ betekenen, maar ook ‘veroorzaken’. Zo dient een aanrecht dus om een feestmaal aan te rechten of  aan te richten. De bovenstaande uitroep kan in theorie dus ook positief zijn.

Bron:https://onzetaal.nl/taaladvies/aanrichten-of-aanrechten/